Welkom bij de Odd Fellows Heerenveen vriendschap liefde waarheid

odd fellows schakel mensen header

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Over  twee en een halve week, op zaterdag 4 mei, is het ’s avonds om 8.00 uur weer 2 minuten stil in Nederland. We herdenken dan alle gevallenen die sinds 10 mei 1940, toen de Duitsers ons land binnenvielen, door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen of zijn omgebracht. Bij dit laatste denken we natuurlijk  in de eerste plaats aan de 102.000 om het leven gebrachte Joden. De 102.000 stenen in het Kamp Westerbork zijn daar de stille getuigen van.
De stenen zijn niet alle even hoog: hoe hoger de steen, hoe langer het verhaal van de vermoorde Nederlander.
Ik vertel u het verhaal van één van hen.

Op 7 januari 1921 werd een zoon geboren in het gezin van de Amsterdamse diamantbewerker Schelvis. Hij kreeg de naam Jules en omdat hij een ijverige leerling was, mocht hij, als zoon van een arbeider, na de lagere school,naar een 3 jarige HBS-opleiding. Voor die tijd zeer ongebruikelijk. Na deze opleiding werd hij als leerling-drukker opgeleid bij Drukkerij Lindenbaum, waar hij in 1939 zijn vakdiploma haalde. Voorjaar 1940 werd hij verliefd op Rachel Borzykowsky.  Op 18 december 1941, (Ik was 90 dagen oud) trouwden ze.  Haar ouders waren al voor haar geboorte gevlucht uit het antisemitische Polen.

In datzelfde voorjaar viel op 10 mei 1940 het Duitse leger Nederland binnen en 5 dagen later gaf Nederland zich over. Veel Joden pleegden uit pure wanhoop zelfmoord, 
Op 10 januari 1941 werd bekendgemaakt dat alle in Nederland aanwezige mensen “van geheel of gedeeltelijk Joodse bloede”zich moesten laten registreren. Ook Jules besefte niet dat dit de eerste stap was naar deportatie. De anti-joodse maatregelen werden steeds grimmiger. Jules reactie is: “ We konden niet anders doen dan dit accepteren, bovendien wist niemand wat het uiteindelijke doel was.”

In juli 1942 , één jaar na het begin van de bezetting, was de eerste deportatie van Joden naar Auswitz. Jules hierover: “Het enige dat we wisten was dat we naar werkkampen moesten”

26 mei 1943 werd Jules, zijn vrouw Rachel, haar ouders en vele anderen gearresteerd. De Ordnungspolizei haalde hen uit hun huis aan de Nieuwe Kerkstraat in Amsterdam. Die dag werden er nog 3200 mensen uit hun huizen gehaald. De rugzakken stonden al weken klaar. Uren stonden ze zonder eten en drinken op het Jonas Meijerplein. Met de tram werden ze naar het Muiderpoortstation gebracht. Duizenden Nederlanders keken toe. Diezelfde avond kwamen ze in Westerbork aan.

1 juni 1943, na een verblijf van 5 dagen in houten barakken, werd Jules met 3105 anderen, via de zogenaamde Boulevard de MIsére, het perron, in een veewagen gestopt. Per wagon 2 tonnen, één met water en de andere voor het doen van de behoefte. Bejaarden of gehandicapten die geen hulp kregen, lieten hun behoefte lopen. Een paar uur na vertrek heerste er een ondraaglijke stank.  Na 2 dagen zonder voedsel en drinken arriveerden ze op de eindbestemming, Sobibor.. Ze werden de veewagen uitgejaagd, de bezittingen moesten ze afgeven, alleen wat ze op lichaam droegen mochten ze houden. In de chaos zag Jules niet dat de vrouwen van de mannen werden gescheiden. Rachel heeft hij nooit meer teruggezien.

Een SS-er keurde hen op het oog en ze werden naar een groot veld gestuurd. Aan de zijkant van het veld zag hij een groep mannen staan, waaronder zijn zwager Ab. Hij vroeg in zijn beste HBS Duits of hij bij hen mocht gaan staan. “Wie alt bist du?” Zweiundzwanzig Herr Offizier?“ “Gesund?“ Jawohl
Herr Offizier“ „Nah, los, und ein bisschen schnell.  Zo kwam Jules  in een werkgroep terecht. Alle anderen werden gezegd dat ze gingen douchen. In het hele kamp was geen douche te bekennnen, wel de “Himmelfahrtstrasse”. Daarna werd de gouden tanden uit de mond gehaald.

Jules met zijn werkgroep kwamen in een turfstekerskamp terecht. Ze sliepen in tochtige barakken, ze zaten onder de luizen, er waren geen washokken, het eten bestond uit een liter soep van zuurkoolresten, rotte aardappelen en soms een stukje hondenvlees. Jules meldde zich aan voor werk in een drukkerij in een werkkamp dichtbij Lublin, vlak naast het vernietigingskamp Majdanek.

Al gauw werden ze overgebracht naar het kamp Radom, maar op 8 november 1943 werd in het getto van Lublin een razzia gehouden. 42.000 mensen werden geëxecuteerd, maar wonderbaarlijk werden de drukkers gespaard. Bij -25 gr. C. in een ander kamp, moest Jules, slechts gekleed in een dunne broek en een hemd met aan de voeten een met touwen vastgemaakt plank, palen uit de grond houwen en elders weer ingraven. Jules vroeg om overplaatsing naar een wapenfabriek. Die was verwarmd.

In de zomer van 1944 rukte het Rode Leger op. Na een voettocht van 100 km in 4 dagen, kwamen ze in Tomaszow aan. Om helder te blijven, neurieden Jules en zijn vriend Leo klassieke melodieën. Na korte tijd werden ze op transport gesteld nar Auswitz. Via dit kamp werd hij gebracht naar een ondergrondse fabriek waar de Messerschmidt, een vliegtuig, werd gemaakt. Later werd de productie stilgezet, maar Jules slaagde erin als ziekenverzorger aangesteld te worden bij tyfuspatiënten. Zelf kreeg hij deze ziekte  ook.
In 1945 werd hij door de Fransen bevrijd. Na zijn herstel ging hij terug naar Nederland. Er was geen belangstelling voor het uitzonderlijke lot van de Joden. Zij waren toch gewone Nederlanders en waarom zouden zij anders behandeld moeten worden. De overlevenden kregen zelfs nog een navordering van de gemeente Amsterdam wegens achterstallige pacht of huur??
De drukkerij waar hij werkte had al ander personeel aangenomen.
Zijn moeder en zijn zus hadden Bergen-Belsen overleefd.
Uit Nederland werden meer dan 100.000 Joden gedeporteerd. Alleen in Sobibor werden 170.000 Joden omgebracht, waaronder 34.313 (let op het nauwkeurige getal) uit Nederland.
Uit de Nederlandse deportaties hebben 18 mensen de verschrikkingen overleefd. Jules was één van hen, en  de enige van de 3106 die op 1 juli 1943 uit Westerbork vertrok.
Jules Schelvis is nog onder ons. Hij woont nu in Amstelveen.

Jan Vermaning, wonend in Joure en  dirigent van het Nationaal Symfonisch Kamerorkest, heeft vorig het plan opgevat om een aantal  van 6 herdenkingsconcerten te geven met de titel “Er reed een trein naar Sobibor”
Zij worden van 27 april a.s. tot en met 4 mei gegeven in Wageningen, Groningen, Goes, Utrecht Kampen en Joure. ’s Avonds, na de Dodenherdenking, om 20.45 zal dat laatste concert gehouden worden in de R.K. Kerk aan de Midstraat te Joure.  Jules Schelvis zal, nu 92 jaar daar dan fragmenten  vertellen over zijn ervaringen, met name die tijdens de reis met naar Sobibor.
Het belooft een hele bijzondere avond te worden.
Beneden in de antichambre liggen de foldertjes, een grote affiche hangt aan het prikbord.


 

icon

Odd Fellows Heerenveen |  Herenwal 10 | 8441 AZ HEERENVEEN | Friesland

(c) 2019 Odd Fellows Heerenveen, realisatie website: Noordoost.nl