Welkom bij de Odd Fellows Heerenveen vriendschap liefde waarheid

odd fellows schakel mensen header

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

We ontkomen er niet aan, we worden ouder, het lijkt wel of dat proces steeds sneller gaat: vandaag is morgen al weer gisteren.Als we ouder worden hebben we meer verleden dan toekomst.

Elke dag gaat er van de toekomst een dag af en wordt er bij hetverleden een dag toegevoegd, of wel: het verlies aan toekomst wordt gecompenseerd door toename van verleden.
Ja, als je ouder wordt, maar wanneer ben je oud? Ik vind mezelf niet oud of bejaard, maar als er in de krant staat: bejaarde vrouw(67) op straat beroofd, kan ik die vrouw zijn.
Hoe ouder je bent , hoe meer herinneringen je hebt. Soms komen er zo maar beelden van vroeger boven. Onderzoek heeft aangetoond dat mijmeren over het verleden stemmingsverhogend werkt. Laatst stond er in de krant dat de meeste mensen herinneringen hebben vanaf de tijd dat ze 3 ½ jaar waren. Ik kan me dingen herinneren vanaf de tijd dat ik 2 ½ was. Sinds die tijd heb ik zoveel herinneringen opgeslagen. Ik herinner me gebeurtenissen , maar ook mensen. Ik zal het nu voornamelijk hebben over mensen en niet de mensen die dicht bij me staan, zoals familie, vrienden en kennissen, maar mensen die ik ooit ontmoet heb, kort of langer gekend heb en daarna nooit meer gezien heb.
Sommige ontmoetingen waren wel erg kort, hooguit een paar seconden. Als je op straat loopt kom je mensen tegen, je ziet elkaar even, maar vergeet ze meteen weer. Maar heel soms blijft een korte ontmoeting als een herinnering hangen. Eens, heel wat jaren geleden, we woonden toen in Curacao gingen we op vacantie naar Venezuela. Voor de veiligheid waren we met nog meer gezinnen, 3 auto’s achter elkaar: een rode, een gele en een witte. Je zult maar in je eentje auto pech krijgen. Voor de zekerheid hadden we onze auto nog eens goed laten nakijken. En toch….we reden door de bergen van de Andes en het ging al meteen mis.Bij elke bocht in de weg sloeg de motor af. We moesten heel wat bochten nemen en telkens ging het weer mis. Op ’t laatst reden we met een theedoek in de uitlaat. Hoe hoger we kwamen, hoe minder we zagen. Geen bebouwing, geen begroeing, geen levend wezen te bekennen. Als we maar boven kwamen, eenmaal boven kwamen we vanzelf wel beneden. En opeens liep daar een vrouwtje, met een bosje wortels. Wij passeerden haar, zij keek, ik keek en toen was het al weer voorbij. Zij en ik, twee heel verschillende levens, twee heel verschillende culturen. Ik ging verder met mijn leven en zij met het hare. Maar hoe leefde ze, wat deed ze daar in die eenzaamheid met haar bosje wortels? Ging ze die verkopen ergens, of had ze die net zelf gekocht of van een landje gehaald? En ging ze er nu mee naar huis om er een maaltje van te bereiden, voor haarzelf, of voor haar familie en kwam er dan nog iets anders bij, mais misschien en hadden ze er wel genoeg aan? Ik wist echt niets van haar, maar om een of andere reden ben ik haar nooit vergeten dat vrouwtje met dat armetierige bosje wortels.
Andere ontmoetingen duurden langer. Ik heb in de landen waar we woonden zoveel mensen ontmoet. Van sommigen wist ik de naam niet eens: nederlanders, engelsen japanners,jamaicanen, nepalezen, enz. Sommigen waren aardig, behulpzaam, grappig,of gewoon ronduit vreemd. In Jamaica woonde in ons dorp een jonge indiase man,klein van stuk. Meestal  was hij onder invloed van drugs(ganja) . Hij kende mij, zoals iedereen ons kende in het dorp, wij waren de enige blanken daar.Op   zondag ochtend zaten we te ontbijten met gasten toen ik iemand in onze tuin te keer hoorde gaan. Ik ging gauw kijken en
nam voor de zekerheid de hond van de gasten mee. En ja, daar zat het indiërtje, hij sloeg vreselijke gore taal uit en was weer behoorlijk high.Hij vroeg of de hond gevaarlijk was, Ik zei:”Ja,” Het was een doberman pincher en zag er ook gevaarlijk uit. Hij vroeg of hij een keer mee mocht rijden naar Savanna-la-mar (een stadje zo’n 25 km verder op waar ik mijn  boodschappen deed en waar de kinderen op school zaten). Ik zei maar vlug dat het goed was, a.s. woensdag om 11 uur. Ik ging weer gauw terug naar binnen naar de familie en de gasten. Woensdag duurde nog lang en tegen die tijd was hij het wel vergeten. Het werd woensdag en al heel vroeg in de morgen hoorde ik al razen en tieren op de straat, elke keer als er een auto langs kwam. O, nee hè, nu toch nog niet, maar het duurde nog uren en zo lang zou hij wel niet willen wachten. Maar om 11 uur zat hij er nog en moest ik wel de deur uit. Er was maar een weg naar Sav. dus ik kon hem niet ongezien passeren. Amber ging mee achter in de auto, ik weet niet waarom, misschien was het vacantie. Toen ik het hek uitreed kwam hij er aan gerend. In de auto liet hij me meteen een boek zien dat hij bij zich had, het was een bijbel geloof ik. Hij sloeg het open en ik zag een rode vlek, opgedroogd bloed? En een veer en een mes. Hij bleef schreeuwen en vloeken. Hij bezwoer dat hij de hond(van zondag) zou doden , dat hij iedereen zou doden en dat hij buitenlanders haatte,het was niet best allemaal. Opeens klonk er vanaf de achterbank een bang stemmetje:”Mamma ik ben bang”. Ik dacht:”Dit is toch ook te gek”, en trapte op de rem, zette de auto aan de kant en gooide zijn deur open:”Ga er maar uit, je haat buitenlanders, wat doe je dan bij ons in de auto, schiet op”! Daar schrok hij van en veranderde meteen van toon. “Nee,nee, ik doe het niet meer,ik wil mee rijden, ik doe het niet meer a.u.b. Hij ging een liedje voor ons zingen,draaide het raampje open en zwaaide naar alle auto’s die ons passeerden. We hadden de hele weg geen last meer van hem. Aan het begin van Savanna-la-mar zetten wij hem af en op de terugweg zagen we hem gelukkig niet meer.
We kregen ook geregeld bezoek van ene Tony, een canadees.Die hing ook in Jamaica rond en stond soms ook zomaar in onze tuin.Dan wilde hij weten of we nog lang in ons huis bleven wonen. Hij wilde het erg graag hebben. Maar ik zei altijd:”Wij blijven nog een tijdje in Jamaica en zolang blijven wij in dit huis. Nou,even zo goede vrienden, maar hij kwam toch vaak terug, soms te paard. Hij handelde waarschijnlijk in drugs, ons huis was daarom voor hem heel geschikt , lag aan de zee, dus met een bootje en geen douane was dat een handige uitvals basis. Het laatste wat we over Tony hoorden was dat hij in de gevangenis zat.
Op Jamaica zagen we wel meer vreemde figuren.Een americaan uit Virginia had een huis aan de kust gekocht, niet ver van ons vandaan. Hij liet daar zakenvrienden van hem komen om voor heel veel geld vacantie te vieren. Hij had mij gevraagd of ik een oogje in het zeil wilde houden: de gasten begroeten en bezoeken, de bediendes controleren en uitbetalen, steeds meer opdrachten kwamen er bij, op den duur was ik daar een soort manager.De gasten die daar kwamen logeren waren van diverse
pluimagen, allemaar rijk en bijzonder. Zo was er een senator die daar met zijn aanhang kwam. Een beroemde kapper met zijn staf uit Washington.Als ik ’s ochtends even langs kwam trippelde hij nog in zijn nachthemd rond met een kopje thee in zijn hand,kuste me en vroeg of ik een kopje thee met hem bleef drinken.Een fotomodel met haar met haar gezin en haar ouders.
Ze had verschrikkelijke kinderen en ze was jaloers als een ander eens aandacht kreeg. Haar moeder had mij een complimentje gemaakt over iets wat ik aan had. Toen moeder dat nog eens zei, zei het model snibbig:”Ja, nou weten we het wel moeder.
Verder kwam daar een vrouw met haar eigen vliegtuig, 2 piloten en een vriend. Ook was daar de man die met 40 jaar alles had verkocht en opnieuw was begonnen compleet met nieuwe  jonge vrouw. En zo waren er nog heel veel van dat soort gasten.
Ook in Nepal ontmoette ik bijzondere mensen. Ik leerde daar tennissen. Mijn tennis leraar was tennis kampioen van Nepal.
Hij had een eigen tennis baan laten aanleggen. Zijn vrouw begon ook net met tennissen en dat werd mijn tennis partner:
Ganga Lama. Ik tenniste ook met anderen op andere tennisbanen, met mensen uit allerlei landen. Nepal had een grote
Buitenlandse gemeenschap, er waren veel ambassades en een grote groep van mensen die aangesloten waren bij verschillende afdelingen van de V.N.(daar hoorden wij ook bij). Ik heb zelfs eens getennist met een indiase dame die in sari tenniste. Op straat kwam ik vaak een man tegen die me altijd staande hield en me een boodschap overhandigde geschreven op de achterkant van een sigaretten pakje. Daar stond op geschreven dat hij de heerser van de wereld was. Hij was gekleed in een oude legerjas had een topi op zijn hoofd en handen vol ringen. Als ik in de auto langs reed bracht hij zijn beringde hand
naar zijn hoofd als groet. Hij herkende dan de auto, maar dat was daar zo,je herkende de mensen aan hun auto. Wij hadden
een witte Morris Marina coupe. Er was nog een Srilankaans echtpaar dat net zo’n auto had en een Engels gezin had zo’n auto in het groen.
Ik ontmoette ook vaak een dame van verarmde adel, ze woonde in een oud paleis, ze was niet getrouwd, haar zuster wel, die had een dochter, die filmster was in Bollywood. Ze kwam een keer naar Nepal om de hoofdrol te spelen in de eerste
Nepalese speelfilm te spelen. Tante nodigde mij uit om de shooting bij te wonen. Ik verzon steeds smoezen om niet te gaan.
Er zat vaak meer aan vast en daar had ik niet zo’n zin in.Maar de vrouw van de V.N. ambassadeur was wel gegaan en zei dat ik best kon gaan en dat het heel interessant was. Dus ik ging er heen met Inez en Amber.
 Door onze buurt liep altijd een man in een bruine winterjas en daaronder droeg hij een gewaad dat veel weg had van een wit laken waarvan hij een punt tussen zijn benen door had gehaald.Hij bleek een miljonair te zijn en bezat o.a. een bioscoop.
Hij liep door de straat als de rattenvanger van Hamelen , met een hele sliert kinderen achter zich aan. Af en toe stond hij stil,draaide zich om en strooide snoep. Wij zeiden elkaar altijd beleefd goedendag ”Namaste”
Elke woensdag ochtend ging ik naar Cecil Rieffel, de vrouw van de Belgische consul. In een oud schoollokaal had ze dan een groep vrouwen verzameld die haar hielpen met vrijwilligers werk: vouwen van verbandjes voor allerlei ziekenhuizen.
De ochtenden  die ik daar doorbracht waren onvergetelijk.De vrouwen konden allemaal zo mooi vertellen,wat ze zo meemaakten, uit hun dagelijks leven. Een nepalese vrouw leerde mij een sari om te wikkelen, van een indiase vrouw leerde ik samosas maken. Er was ook een directrice van een kraamkliniek die van alles vertelde over haar werk. Ze vertelde van een jong meisje dan naar haar kliniek was gekomen om te bevallen en tot kort voor de bevalling dacht ze nog steeds dat de baby uit haar mond zou komen.Voor haar kliniek vouwden we maandverbandjes, en dat was zo simpel dat we gewoon door konden gaan met praten en lachen.
Maar er zijn zoveel mensen die ik me herinner, er komt geen eind aan. Zoals de Japanse zendeling in Jamaica,die met zijn gezin bij ons zou gaan zwemmen, maar verdronk. Onze buurman, in Nepal die me hielp toen ik een miskraam kreeg. Selma die terug moest naar de V.S. omdat ze haar man probeerde te vermoorden toen hij in het ziekenhuis lag. Carolina,mijn spaanse lerares in El Salvador en de weesjes daar, die ik mocht helpen met eten: Carlita, Esperanza, Diego, Andres,Wendy en alle anderen.Onze hulp in Nepal:Mary, die eigenlijk Surjamaya Maharjan heette, ze was zo lief en eerlijk, ze kon niet
lezen of schrijven, maar ze was zo intelligent.Ze had geen kinderen en dat is daar heel erg. Onze hulp op Jamaica: Lou had wel 8 kinderen, van 8 verschillende vaders. Ze was intern, eens per maand ging ze naar huis.
Midden in de nacht werden we vaak wakker, want dan zong ze geestelijke liederen,of ze hield hele gesprekken, we dachten in het begin dat ze een bezoeker op haar kamer had. En dan Ivan, voluit Ivanova, de hulp in El-Salvador, ijverig en bescheiden. Een paar jaar geleden
kocht ik een tijdschriftje van een Jehova getuige, meestal gaan die boekjes meteen door naar het oud papier, maar toenbladerde ik er even doorheen en daar zag ik foto’s van de aardbeving in El-Salvador.
Er stond bij: het dorpje Tepecoya totaal verwoest door de aardbeving. Ivanova woonde in Tepecoya.
Ik stop nu met mijn opsomming van namen, hoewel ik nog uren zou kunnen doorgaan.
Iedereen herinnert zich mensen,
maar herinneren mensen zich ons? Zoals we hier zitten worden we allemaal herinnert, we hebben toch allemaal familie, vrienden en kennissen? Wij vinden het heel vanzelfsprekend dat we herinnert zullen worden, ook als we er niet meer zijn. Maar dat is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend. Enkele jaren geleden ging onze dochter Amber naar Bolivia, voor haar studie ging ze daar werken in een tehuis voor jongens. Dat waren geen wezen, maar “abandonados” d.w.z. verlatenen, in de steek gelatenen, verwaarloosden, vergetenen, opgegevenen.
De jongens kwamen van de straat
daar leefden ze: ze aten,ze sliepen,vochten en stalen daar hun eten bij elkaar. Soms vertrokken ze ook weernaar de straat, want ze konden hun nieuwe leventje vaak niet aan, ze waren niet gewend aan regels, ze waren altijd eigen baas geweest. Amber zat daar met nog enkele jonge mensen, ze probeerden, door leuke dingen met ze te doen de jongens een doel in hun
leven te geven.
Ze leerden ze brood bakken dat ze zelf op straat moesten verkopen en ze nodigden een beroemde
voetballer uit om met de jongens te komen voetballen. Amber maakte daar veel foto’s en vertrok weer na een tijdje.
Het toeval wilde dat Otto(mijn man) ong. een jaar later ook naar Bolivia ging om daar te werken. Hij moest ook in de zelfde plaats zijn waar Amber bij de Abandonados had gewerkt. Amber gaf hem de foto’s mee, om daar uit te delen.
Toen Otto daar kwam,vroeg hij de jongens of ze zich Amber nog konden herinneren.Ja, dat konden ze , ze waren blij met de foto’s. Maar wat  ze nog het meeste raakte was dat Amber zich hen herinnerde, dat zij, de abandonados herinnert werden, zij de vergetenen die door iedereen verlaten waren toch werden herinnert, voor hen was dat niet zo vanzelfsprekend.
Hier bij de Odd Fellows hebben we de mooie gewoonte om in iedere zitting de overledenen van alle loges in Nederland te herdenken.
En als het een broeder of zuster van de eigen loge betreft houden wij een speciale afscheidszitting.
Zo willen wij onze zusteren en broederen herdenken en herinneren, opdat zij niet zullen worden vergeten.
 
 

 

 

 


  
 

 

 

icon

Odd Fellows Heerenveen |  Herenwal 10 | 8441 AZ HEERENVEEN | Friesland

(c) 2019 Odd Fellows Heerenveen, realisatie website: Noordoost.nl