Welkom bij de Odd Fellows Heerenveen vriendschap liefde waarheid
  • johannes_jonkman_web.jpg
  • Lieuwe-dijkstra-HR.jpg
  • ad_van_hertum.jpg
  • peter-wouda.jpg
  • bram-boender.jpg
  • teake_wahle_dsc_8390.jpg
  • tiny_hilbrands.jpg
  • daan_van_dijk.jpg
  • portret_peter.jpg
  • ben_hottinga.jpg
  • IMG_0348.jpg
  • sjoukje_faber.jpg
  • lieuwe-dijkstra.jpg
  • tiemen_stuiver_dsc_8392.jpg
  • Wytze_Heida.jpg
  • JRHoogland.jpg
  • hieke_de_jong.jpg
  • luuk_hazelhoff.jpg
  • DeVries6.jpg
  • ab_slager.png
  • reg_leenes_dsc_8373.jpg

Gewone mensen met een perspectief op een betere samenleving

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

thumb oostvaardersplassenVanavond wil ik het met u hebben over de Oostvaardersplassen. Een hot item, gezien de artikelen in de kranten en in discussieprogramma's op tv. Bovendien een item dat me als docent biologie altijd al heeft bezig gehouden, maar waarop ook ik eigenlijk geen goed antwoord weet....

 

Als u de trein neemt naar Amsterdam en gaat zitten aan de rechterkant ( gezien in de rijrichting) komt tussen Lelystad en Almere een kaal steppe- of toendraächtig gebied in zicht, verdeeld in stukken die gescheiden zijn door tochten en sloten. Op die stukken land kun je de grote grazers ontdekken; wel goed gescheiden: edelherten, konikpaarden en heckrunderen Ze hebben een functie of, in ieder geval, zouden een functie hebben.

Om alles even helder voor de geest te krijgen: in de Flevopolder tussen Almere en Lelystad ligt een gebied van 56 vierkante km = 5600 hectare. Het gebied ontstond bij de drooglegging van de Flevopolders (1950-1968) Er ontstond een nat gebied van zo'n 3600 ha en een droog gebied van zo'n 2000 ha.

Al in het begin van de 20ste eeuw had men het idee de Zuiderzee af te sluiten en het land in te polderen. Dank zij de Haarlemmermeer had men ervaring opgedaan. Besloten werd een afsluitdijk te leggen waarmee in ieder geval eb en vloed werden beteugeld. Deze werd in 1932 voltooid en toen kon men aan de polders beginnen.

Bedenk wel dat Nederland toendertijd geen echt geïndustrialiseerd land was. Er was behoefte aan veel landbouwgrond en ir. Cornelis Lely had een ontwerp gemaakt hoe men de Zuiderzee met vier grote polders ( N.O.P., O.Flevoland, Z.Flevoland en Markerwaard) kon omvormen tot een rijk landbouwgebied. We zullen het er maar niet over hebben hoe de Zuiderzeevissers erover dachten....

Als proef begon men met een kleine polder : de Wieringermeerpolder die in 1930 droogviel. De enige 'echte' Zuiderzeepolder! Na de afsluitdijk was het uit met de problemen van de Zuiderzee en kon men aan de slag met de eerste IJsselmeerpolder, de N.O.Polder. Deze viel droog in 1942, midden in de oorlog. In 1957 volgde Oostelijk Flevoland en in 1968 Zuidelijk Flevoland. Daarna was het uit. Sinds de vijftiger jaren was Nederland zich gaan ontwikkelen tot een geïndustrialiseerd land en was de hoeveelheid landbouwgrond niet meer nodig. Wat dat betreft was Zuidelijk Flevoland niet meer noodzakelijk, maar als overloop van de drukke en overvolle Randstad wel.

De Markerwaard werd niet ingepolderd, mede voor de consequenties die inpoldering had voor het achterliggende 'oude land'.
De Oostvaardersdijk lag er echter al en werd de buitendijk van de Flevopolders. Binnen deze dijk lag het vroegere Oostvaardersdiep, een diepe zandplek, die werd gebruikt door de VOC als ankerplaats voor haar schepen. Bij het droogmalen, bleven de plassen als overblijfsel van de 'diepe' zee over. Daar ontstond een 'moerassig' gebied met een weinig vruchtbare zandige bodem. Opspuiten dan maar, waardoor het geschikt zou zijn voor industrieterrein en als kassengebied. De aangrenzende drogere gronden zouden wel voor landbouw kunnen worden gebruikt.

Toen Zuidelijk Flevoland droog was gevallen, heeft men vanuit vliegtuigjes riet uitgezaaid als eerste ontginningsstap. Juist op de wat drogere plekken kwam dit samen met wilgenzaad snel tot ontwikkeling. Op het slikkengebied vestigden zich afhankelijk van het vochtgehalte diverse pionierplanten zoals moerasandijvie, goudzuring en grote lisdodde. Er ontstond zo een afwisselend slikken- en plassenlandschap met riet, wilgenbroek, moerasvegetatie en water. Het gevolg was een prachtige biotoop voor heel veel vogelsoorten, zoals grauwe gans, lepelaar, diverse eendensoorten en het toen zeldzame baardmannetje. In mijn vogelgids van Peterson, Mountfort en Hollom uit 1955 wordt het beest niet eens genoemd, ook niet als vogelsoort buiten Nederland.....

Het bleek echter dat de ontwatering van de omringende polder ook veel water onttrok aan het, laten we maar zeggen, moerasgebied. De polder werd geschikt gemaakt voor landbouw en het moeras verdroogde en verlandde. Er kwam een actiegroep en deze, samen met enkele biologen heeft gepleit voor de instandhouding van het plassen/moerasgebied. Zij kregen hun zin, dus geen industrieterrein en geen voortschrijdende landbouw. De ontginning aan de rand van het gebied werd beëindigd en er kwam een kade om weglekken van water te voorkomen. Met het oppompen van water werd in droge tijden de drooggevallen gedeelten nat gemaakt en gehouden. Verlanding kon worden voorkomen door de ganzen en de eenden die jonge riet- en moerasvegetatie opaten. Oostvaardersplassen kreeg het predikaat 'tijdelijk natuurgebied' en na herziening van inrichtingsplannen ontstond tussen de dijken een groot moerasgebied van 3600 ha.

Door middel van pompen probeerde men optimale waterpeilen in te stellen voor bepaalde vogelsoorten. Hogere waterstanden in het voorjaar waren ideaal voor ganzen, maar het aantal broedende steltlopers liep drastisch terug. In de zomer werden er wel heel goede omsgandigheden voor die steltlopers gecreëerd: foerageringsplaatsen op de slikken waarbij de vogels hun buikje dik konden eten voor het vertrek naar het zuiden.
Ook anders ging het wel goed: er waren kiekendieven, grote en kleine zilverreigers, lepelaars, aalscholvers en het al genoemde baardmannetje.
Toch klopte het niet. Er kwamen te veel ganzen, waardoor een steeds groter deel van het moeras weer open water werd. De slikvelden verdwenen en het water werd te troebel voor de vissende vogels als de (zilver)reigers en de rallen. Voor de ganzen moest er drogere grasgrond komen. Deze vond men in het aangrenzende landbouwgebied. Er werd uitgeruild: 2000 ha landbouwgrond tegen een speciaal voor ganzen bestemd gebied 'de Ganzengouw' dat weer gebruikt kon worden voor landbouw.

De droge randzône moest nu met het moeras tot een samenhangend geheel worden gemaakt. Langs het moeras moest nat grasland komen en helder open water; via een zône met droge grazige vegetatie moest het overgaan in een struweellandschap. Wat zouden de nachtegalen mooi zingen.... Twee dingen waren belangrijk: een goede waterhuishouding en begrazing met grote grazers.
Het is dan 1983.....

Men begon met 32 heckrunderen, een aantal koniks en 40 edelherten. Voor deze dieren gold de status 'wild'. Dit betekent dat de dieren niet onder de Veewet vallen maar onder de Flora- en Faunawet. Bijvoeren van wild is verboden en er is geen verplichting kadavers op te ruimen. Deze worden wel opgevreten en kaalgeplozen door kraaien, raven (een enkele) arend, maar de werkelijke opruimers hebben we hier niet. Nou ja, één monniksgier in 2005,maar dat zet geen zoden aan de dijk.
Het wild vermeerderde zich wel; in 2011 waren er 3300 (!) edelherten, 1150 konikpaarden, 360 heckrunderen en 100 reeën. Voor een deel sterft in de winters ( en met name in maart) een percentage door onvoldoende voedsel en koude.
Van die 4000 dieren stierven in 2013, 1684. Je mag ervan uitgaan dat in de vijf achterliggende jaren het aantal dieren weer behoorlijk is toegenomen, maar in de afgelopen winter van 2017/2018 is het aantal dieren dat omkwam 3000. Dat zou ongeveer 50% zijn en dat valt wel op als je het toendra-achtige gebied in ogenschouw kunt nemen: een kale vlakte met dode boomstammen en dode struiken. Ik zei het al, het geheel doorsneden met rechte tochten en sloten. Konikpaarden apart en edelherten apart. Hoe het zit met de heckrunderen weet ik niet precies, maar paarden en herten/reeën bij elkaar is geen goede combinatie. Op dit moment zijn er ongeveer 3000 grote grazers aanwezig.

Als je kijkt naar de oppervlakte van het gebied, 2000 ha water en 3000 ha 'droog' land kun je je afvragen of dit niet veel te klein is voor zo'n groot aantal dieren. Ik denk van wel. Als je bij de boer uitgaat van twee eenheden grootvee per ha, is dat wel land dat goed onderhouden en bemest is en wordt het vee bijgevoerd. In het genoemde gebied van de Oostvaardersplassen is het voedselaanbod klein; het is schaars. J e haalt dan nog geen één eenheid per ha. De commissie Van Geel adviseert dan ook een drastische vermindering van de grote grazers tot zo'n 1100 stuks. Het betekent de dood voor zo'n 1000 edelherten en vermindering met 180 konikpaarden. Uiteindelijk wil Van Geel een gebied van een kleine 1100 ha overhouden voor de grote grazers en het resterend deel van ruim 700 ha weer tot moeras maken. Als 'droog' land houd je dus zo'n één derde over van het huidige gebied. Dat klopt dan wel met één eenheid grootvee per ha.

Er is veel kritiek op dit plan. Partij van de Dieren spreekt over een 'barbaars advies' en ook Groen Links ligt dwars en laakt de 'breuk met het natuurlijke proces'. Dit laatste was het uitgangspunt. Maar het is nooit natuurlijk geweest: schijnnatuurlijk. Voor de grazers zijn er immers geen natuurlijke vijanden.
Ook de Dierenbescherming heeft problemen.
Een andere mogelijkheid zou het aanleggen van een corridor met de Veluwe zijn.
De consequenties daarvan zijn niet te voorzien en waarschijnlijk ook niet te overzien.

Zoals het nu gaat kan het echter niet. Door de vele grote grazers is het uiteindelijke doel, een gebied creëren voor met name vogels, volkomen verloren gegaan. Diverse soorten hebben het gebied verlaten. Hetzelfde geldt voor een aantal kruiden en andere soorten planten. Alles is vertrapt en wat overgebleven is, is een monocultuur: drek met hier en daar een sprietje gras! Dit geldt met name voor het grasgebied. Maar het struweel, waarin de nachtegalen zouden zingen is nooit ontstaan. Sleedoorn , maar ook hagedoorn (of meidoorn) is opgevreten, doornen of niet.... De rest van de boompjes en struiken gaf helemaal geen probleem. Alles wat eetbaar was, is op.

En in dit vroege voorjaar ontstond de grote ruzie rond de Oostvaardersplassen. Volgens filosofe Stine Jensen, bij ons bekend door haar 'optreden' in het Filosofisch Café , zijn er twee dingen duidelijk geworden: in ons land is een wild natuurgebied onmogelijk en als tweede: we nemen dierenleed serieus. Om met dit laatste te beginnen: het is goed om dit leed serieus te nemen, in het verleden is daar veel te weinig aandacht aan geschonken. Maar het kan ook te ver worden doorgedreven. We moeten dieren niet vermenselijken. Laten we ons niet met dieren identificeren; je krijgt dan te maken met wat in de filosofie 'soortverwarring ' wordt genoemd. Een voorbeeld hiervan is van een (overigens behoorlijk ontwikkelde en hoog opgeleide ) buurvrouw die met opgestoken zeilen kwam zeggen dat wij zo'n verschrikkelijk gemene poes hadden. Zij had gezien dat de poes een vogeltje had gevangen en kwam dat even melden!!
En denk eens aan de kruizen die geplaatst werden tegen het hekwerk rond het plassengebied!
Overigens denkt Jensen dat juist vrouwen voorvechters zijn van dierenrechten omdat die vrouwen zelf zo lang voor hun eigen rechten hebben moeten vechten.
Daaraan heeft zij , denk ik, wel gelijk.

Ons land is te klein voor het 'creëren van een wilde natuur, hoe mooi de documentaire film over de Oostvaardersplassen ook was. Wat willen we in hemelsnaam met een gebiedje van 5600 ha. Dat is immers maar 56 vierkante kilometer. Nee, ga dan naar Polen/Wit Rusland, naar het Oerbos van Bialowieza, met een oppervlakte van ruim 1500 vierkante kilometer. Dat is ongeveer 25 maal zoveel. Daar kun je van natuur spreken!

Toch, die Oostvaardersplassen hebben te veel schoonheid om ze te laten 'omkomen'. We mogen blij zijn dat het geen industrie- en kassengebied is geworden. Het betekent wel, dat wij als mensen iets moeten ondernemen. Per slot van rekening zijn wij de belangrijkste predatoren. Wij moeten het in toom houden. Maar hoe?
Ik denk dat wij het aantal dieren in bedwang moeten houden, maar dan moet je gaan jagen. En eerlijk gezegd waarom eigenlijk niet? Oorspronkelijk waren wij toch jagers en verzamelaars. Eigenlijk niet zo veel anders dan een wolf, de op één na grootste predator. Daarom hebben we daarmee ook zoveel ruzie gemaakt, we hebben ze uitgeroeid maar ze zijn teruggekomen.

Vanuit de Odd Fellowgedachte (liefde voor de medemens, maar ook voor de natuur), of laat ik het maar zeggen op de manier waarop wijlen Fop I. Brouwer het deed: respect voor alles wat groeit en bloeit ( en ons altijd weer boeit), zouden we van het voorgaande iets moeten vinden.
In de tv-uitzending van vorige week bij Pauw werd duidelijk dat de meningen over oplossingen ver uit elkaar liggen. Vernieuwing/verandering is echter noodzakelijk.
Ook in onze loge is het woord 'vernieuwing' herhaaldelijk gevallen. Laten we naar elkaar luisteren zodat iedereen zich erin vinden kan.
Onze loge is geen vergelijk met de Oostvaardersplassen, dat geef ik toe.
Uiteindelijk hebben wij het tegenovergestelde probleem, géén last van overbevolking.

 

SPREUK:

Deze heeft betrekking op de diverse meningen inzake veranderingen.
De spreuk is afkomstig van Johann Gottlieb Fichte ( uit “Grundlage der gesammten Wissenschaftslehre)

Wat voor een filosofie men kiest, hangt er dus vanaf wat voor een mens men is.

icon

Odd Fellows Heerenveen |  Herenwal 10 | 8441 AZ HEERENVEEN

(c) 2017 Odd Fellows Heerenveen, realisatie website: Noordoost.nl